De Centrale Alpen

Berner Oberland

Een gebied met hoge toppen tussen het meer van Genève en het Vierwoudstrekenmeer. Het gebied kan in drie stukken verdeeld worden: Westelijke Berner Alpen, Centrale Berner Alpen (het eigenlijke Berner Oberland) en de Oostelijke Berner Alpen. De grens tussen de eerste twee is de Gemmipas en tussen de laatste twee de Grimselpas. Een groot gedeelte van de Berner Alpen liggen niet in het kanton Bern, maar in Wallis, Vaud, Fribourg, Uri, Unterwalden en Luzern. Vanuit het oogpunt van een alpinist is het westelijke deel het minst interessant. De hoogste top is de Wildhorn (3248 m) en twee andere bekende toppen zijn de Wildstrubel (3242 m) en Les Diablerets (3210 m). De routes in dit stuk zijn over het algemeen niet moeilijk.

Het oostelijke deel is meer complex en interessanter. Het is verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel door de Sustenpas. Ten noorden van de pas is Engelberg de belangrijkste plaats en is de Titlis (3239 m) de hoogste top. Andere interessante toppen zijn de Uri Rotstock (2928 m) en het minder bekende Fünffingerstock-Spannort gebied. Het is een kalkgebied en men kan er erg goed rotsklimmen.

Ten zuiden van de Sustenpas ligt de Sustenhorn (3504 m) groep waarin men eenvoudige sneeuwtochten kan maken, en ten zuiden daarvan ligt de Dammastock (3630 m) groep waar men goed kan rotsklimmen. Helemaal in het oostelijke puntje van dit gebied ligt de bekende Salbitschijen.

Het centrale gedeelte van de Berner Alpen staat ook bekend als het Berner Oberland. Het is een sterk vergletscherd gebied (Aletschgletscher, 22 km de langste van de Alpen) met negen toppen boven de 4000 meter. De belangrijkste plaats is Grindelwald maar dit is geen erg goed uitgangspunt voor de bergen die iets verderop liggen, dan kan men beter naar Kandersteg, Lötschental, het bovenste gedeelte van het Rhônedal en Grimsel uitwijken. De routes zijn voornamelijk mixed, sneeuw en ijs van allerlei niveaus, inclusief enkele bekende graten en wanden.

De hoogste top is de Finsteraarhorn (4274 m), voor het eerst beklommen in 1812 door Volker, Bortis en Abbühl. De Hangendgletscherhorn (1788), Sparrhorn (1800), Rottalhorn (1811) en de Jungfrau (1811) werden al eerder beklommen. De Wetterhorn (3701 m) werd voor het eerst beklommen in 1844 door Bannholzer en Jaun, maar Sir Alfred Wills beroemde beklimming van 1854 was het startschot voor de gouden eeuw van het alpinisme. De beroemdste berg is zonder twijfel de Eiger (3970 m).

Bekende routes in dit gebied zijn:

•1865 Guggi route, Jungfrau (George, Young, Almer, Baumann en Almer)

•1866 Nollen route, Mönch (Fellenberg, Michel en Egger)

•1883 Andersongraat, Gr, Schreckhorn (Anderson, Baker, Almer en Pollinger)

•1899 Galletgraat, Doldenhorn (Gallet, Kalbermatten en Muller)

•1904 NO wand, Finsteraarhorn (Hasler en Amatter)

•1909 Unterbächhorn-Nesthorn traverse (Young, Mallory en Robertson)

•1911 NO graat, Jungfrau (Weber en Schlunegger)

•1914 Rote Zähne graat, Gspaltenhorn (Young, Herford, Knubel en Brantschen)

•1921 N wand, Mönch (Lauper en Liniger)

•1921 Mittelegi graat, Eiger (Yuko Maki, Amatter, Steuri en Brawand)

•1925 N wand, Aletschhorn (Blanchet, Rübi en Mooser)

•1932 N wand Grosshorn (Welzenbach, Drexel, Rudy en Schultze)

•1932 NW wand, Gletscherhorn (Welzenbach, Drexel, Rudy en Schultze)

•1932 Lauper route, Eiger (Lauper, Zurcher, Knüble en Graven)

•1938 N wand, Schneehorn (Taguchi, Taguchi, Brawand en Kaufmann)

•938 N wand, Eiger (Harrer, Kasparek, Heckmair en Vorg)

•966 N wand direct, Eiger (winter) (Lehne, Strobel, Haston, Hupfauer en Votteler)

In tegenstelling tot de rest van het gebied kan men in het dal van Rosenlaui (noord oosten van het gebied) heel goed rotsklimmen op de Engelhörner en er is een beroemde tarverse (rots) op de Lobhörner boven Lauterbrunnen. In het grootste gedeelte van het Berner Oberland bestaat de rots uit kalk, maar er zijn ook stukken met gneis.

In tegenstelling tot de rest van het gebied kan men in het dal van Rosenlaui (noord oosten van het gebied) heel goed rotsklimmen op de Engelhörner en er is een beroemde tarverse (rots) op de Lobhörner boven Lauterbrunnen. In het grootste gedeelte van het Berner Oberland bestaat de rots uit kalk, maar er zijn ook stukken met gneis.

Lepontinische Alpen

Een groot gebied tussen de Simplon- en de Splügenpas, ten zuiden van de lijn Furkapas-Oberalppas en ten noorden van de Italiaanse meren. Het wordt in tweeën gedeeld (N-Z) door de St. Gotthardpas. Het oostelijke stuk staat ook wel bekend als de Adula Alpen. Het is een relatief wat lager gebied waar men heel goed kan wandelen. De hoogste bergen zijn de Monte Leone (3553 m), Blinnenhorn (3370 m), Basodino (3273)-allemaal in het westelijke deel-en de Rheinwaldhorn (3402 m)-in het oostelijke deel. Vooral in het Val Maggia kan men heel goed rotsklimmen.

Tödi groep

Een gebied tussen Göschenen in het westen en Sargans in het oosten.

De hoogste berg is de Tödi (3620 m), andere inetressante toppen zijn de Oberalpstock (3328 m) en de Bifertenstock (3425 m). De routes zijn hier over het algemeen niet zo moeilijk maar ze leveren wel een hoge kwaliteit aan rotsklimmen.

Noordoost Zwitserland

Een gebied met her en der verspreid een aantal intressante bergen. Dit zijn de Gr. Mythen (1899 m), de Glärnisch (2914 m), de Churfirsten (2306 m) en de Säntis (2502 m). Dit zijn allemaal kalkgebieden waar men in iedere moeilijkheidsgraad kan rotsklimmen.

Bernina Alpen

Een belangrijke groep bergen op de Zwitsers-Italiaanse grens. Blangrijkste plaatsen zijn St. Moritz en Pontresina. De hoogste berg is de Piz Bernina (4049 m)-de enige “vierduizender” buiten de Westalpen-andere bekende bergen zijn de Piz Palu (3905 m), Piz Zupo (3996 m), Piz Morteratsch (3751 m), Piz Tschierva (3546 m), Piz Scerscen (3971 m), Piz Roseg (3937 m) en Piz Corvatsch (3451 m). Al deze bergen zijn erg populair en bieden routes in iedere moeilijkheidswaardering zowel in rots als in ijs.

De eerste beklimming van de Piz Bernina was in 1850 door Coaz, Tscharner en Tscharner.

Andere belangrijke beklimmingen zijn:

•1866 Spallagraat, Piz Bernina (Tuckett, Brown, Almer en Andermatten)

•1872 Güssfeldtsattel (Güssfeldt, Grass, Jenny en Capat) traverse

•1876 Middlemoregraat, Piz Roseg (Cordier, Middelmore, Jaun en Maurer)

•1877 Piz Screscen (Güssfeldt, Grass en Capat)

•1878 Biancograat, Piz Bernina (Güssfeldt, Grass en Gross)

•1887 Eisnase, Piz Scerscen (Güssfeldt, Rey, Aymonod) afdaling

•1887 Bumillergraat, Piz Palu (Bumiller, Schocher, Gross en Schnitzler)

•1890 NO wand, Piz Bernina (Norman-Neruda en Klucker)

•1890 Neruda route, Piz Scerscen (Norman-Neruda en Klucker)

Christian Klucker was een hele goed klimmer uit dit gebied en één van de beroemdste gidsen uit de Alpen.

Christian Klucker was een hele goed klimmer uit dit gebied en één van de beroemdste gidsen uit de Alpen.

Bregaglia (Bergell)

Een populair gebied van scherpe granietpieken op de Zwitsers-Italiaanse grens boven het Val Bregaglia tuseen Chiavenna en de Malojapas. Hoewel het gebeid niet zo heel groot is wordt het toch (natuurlijk) in drieën verdeeld. Sciora Cirque (Val Bondasca), de Albigna Cirque en de Forno Cirque. Hier kan men overal uitstekend rotsklimmen vooral in de middel en hogere moeilijkheidswaarderingen. Het bekendst is het Sciora bekken met de Piz Badile (3308 m) (N wand, Cassin, Esposito, Ratti, Molteni en Valseschi 1937).

Albula Alpen

De bergen in het noordelijke Engadin van de Splügenpas tot de Flüelapas. Dit gebied wordt in tweeën gedeeld door de weg van Chur naar Silvaplana (Julierpas). De hoogste top is Piz Kesch (3418 m). Andere interessante bergen zijn de Piz Vadret (3229 m) en de Alplihorn (3006 m). Deze bevinden zich allemaal in het oostelijke geddelte, maar in het centrale gedeelte boven Tinizong (Tinzen) bevinden zich de “Bergun Dolomieten”: Piz Ela (3338 m), Tinzenhorn (3172 m) en de Piz Mitgel (3159 m).

Silvretta (Rätikon/Samnaun)

Een gebied op de Zwitsers- Oostenrijkse grens ten noorden van het Unter Engadin. De hoogste top is de Fluchthorn (3403 m). De routes zijn hier over het algemeen niet moeilijk, maar de toppen zijn wel mooi van vorm. Het gebied loopt aan de noordwest kant over in het Rätikon, met als hoogste top de Schesaplana (2967 m), en aan de noordoost kant in de Samnaun groep, met als hoogste top de Vesispitze (3116 m). In beide gebieden kan men goed rotsklimmen.